Algemene informatie over de Bikkeltocht

Al 28 edities lang organiseren wij de Bikkeltocht. Dit is een groot zeilevenement wat altijd (mits het weer het toelaat) in het derde weekend van oktober plaatsvindt. De bikkeltocht is een zeiltocht van ruim 70 kilometer lang welke gehouden wordt op de Friese meren met maar 1 vaste regel, alleen voortgedreven op wind en spierkracht.

De deelnemers mogen de polyvalk volledig aanpassen, mits de voortstuwing maar wind of spierkracht is. Er worden ieder jaar weer nieuwe en nog innovatievere oplossingen bedacht. Waar het ooit begon met een spinnaker, zijn er ook masten verlengd of een boegspriet gemaakt. In de edities met minder wind, zoals die van 2018, worden er speciale roeiconstructies gecreëerd. Dit maakt wel een deelnemend team, een winnend team.

Voorafgaand aan het evenement is er een kleine pre-party op de Rakkenpolle, het starteiland nabij Heeg. Op de Rakkenpolle verzamelen alle teams bij een groot kampvuur en worden er briefings gehouden. Hier klinkt dan ook om 23:00 het startschot, waarna alle teams vertrekken. Tijdens de tocht zijn er verschillende checkpoints waar alle deelnemers iets te drinken en/of te eten krijgen om de verloren calorieën aan te vullen.
Na de tocht is er een bescheiden feestje op de Rakkenpolle en is er de mogelijkheid tot overnachting voor de echte bikkels. Zodra het feestje is afgelopen op de Rakkenpolle wordt de echte afterparty doorgetrokken in ‘d Ald Wal in Heeg.

Om de sfeer van de Bikkeltocht ook in Rotterdam voort te zetten, organiseren wij binnen 2 maanden na de Bikkeltocht nog een BikkeltochtBorrel in Rotterdam. Hier zijn alle deelnemers van harte welkom en worden ook de bokalen uitgereikt aan het desbetreffende team.

Bikkeltocht 2019

Een algemene indruk zoals gepubliceerd is in ons blad de Volle Vaart kunt u hier op de site lezen! Laat u inspireren en volg volgend jaar de zelfde route, als hulptroep of als deelnemer!

Het is donderdagavond, drie jongens uit het derde jaar van onze studie rijden bij Dordrecht de spits in. Ze hebben een dag vrij kunnen regelen bij hun stagebedrijf en zijn op weg naar Friesland. Drie grote kerels die opgepropt in een witte auto van het het niet nader te noemen Frans automerk – nummer 107 – zaten, waren begonnen aan hun tocht naar het hoge Noorden. Twee van hen waren onlangs bestuur gaan doen maar hadden de tocht der tochten nog niet mee gemaakt en de derde had zijn twee jaren als lid ook nog niet verrijkt met de ervaring van de barre tocht over de Friese meren.

Verhalen gingen zeker rond, sterke verhalen, heroïsche verhalen, Willem Barentsz’s tocht was er niks bij volgens de overleving. Toen de files eindelijk waren opgelost en de drukke randstad plaats maakte voor de uitgestrekte weilanden begon het te kriebelen, we zijn er bijna.

De donderdagavond wordt voor het ondersteunend personeel gebruikt om de CP (centrale post) en hun handlangers (de hulptroepen) met elkaar kennis te laten maken en de planning van het weekend te bespreken. 15 nieuwsgierige en enthousiaste scheepsbouwers zaten in de grote zaal bij de Stay Okay te kijken naar de presentatie op het scherm waar over 24 uur de locaties van de eerste valkjes zich over zouden bewegen. Na een briefing waarbij iedereen tot in de puntjes werd ingelicht zochten ze hun stapelbedden op en na een goede nacht vertrok de eerste sloep gevuld met tenten, banken, scheepsbouwers, kookgerei en een stapel Felsgold naar het start- en finisheiland, de Rakkenpolle.

De dag verliep zo voorspoedig, al wakkerde de wind wel aan. De tenten stonden snel, lagen weer en stonden na een beetje ingenieursinzicht en gebeun uiteindelijk weer als een baken op het Friese eiland. Toen de eerste deelnemers hun valkjes aanlegden konden ze worden verwelkomd met een warme snack en een koude versnapering in blik. De wind was net zo enthousiast als alle deelnemers dus moesten alle deelnemers op sleep naar het eiland worden getrokken. Dit mocht de pret niet drukken, al werd er wel een uur aan het wachten toegevoegd. Uiteindelijk klonk het startschot een uur na middernacht en konden de teams beginnen aan de tocht van hun leven.

De eerdergenoemde kompanen uit het derde leerjaar verdeelden zich over team Alpha, Delta en Golf en betraden de ribjes en de volgsloep. Gedurende de nacht werden de teams doorgewisseld over de posten, volgribjes en enkele gelukkigen mochten twee uur warm worden op de centrale post, alwaar wel weer een poging gedaan werd om het aardappelschilrecord van 1832 te verbreken. Het was een prachtig zicht, de valkjes op de Flüsse. Het docententeam van onze opleiding dook vol overgave in de golven, tactieken werden zichtbaar, het deelnemersveld liep snel uit elkaar en de eerste pechvogels moesten al vlot worden getrokken. Vanuit de centrale post was er dankzij de trackers aanwezig op de valkjes en de volgboten een geweldig overzicht over de deelnemers. Papa, mama, hond en buurman konden vanuit thuis hetzelfde beeld zien en de progressie van hun dierbaren over de noordelijke wateren per minuut op de voet volgen.

Toen de luts was gevonden was het een kwestie van aftuigen om door te gaan, zoals menig deelnemer op zijn shirt zichtbaar droeg. Beunend, bomend en jagend vochten de deelnemers zich een weg naar open water. Dit water werd op het Slotermeer gevonden en rond 4 uur bevonden de eerste deelnemers zich weer op de route richting één van de elf steden, het pittoreske Sloten. De ondergetekende heeft de eerste deelnemers niet eens een extra powerbar toe kunnen werpen op de tweede post omdat ze van geen stoppen wisten.
Bij het ochtendgloren was duidelijk wie op de lange route konden blijven en ook aan wie het advies gegeven werd om de tocht wat in te korten, omdat ze op maandagmorgen wel weer op school en op hun werk moesten staan. De deelnemers die Sloten en het Wilhelminakanaal waren gepasseerd waren op weg over het Tjeukemeer met een inmiddels rustigere wind. Het was duidelijk dat de koers naar het noorden richting Sneek kon worden ingezet.

Het was bijzonder om vanuit de RIB alle deelnemers voorbij te zien komen. Sommige teams leken uit minder deelnemers te bestaan bij het langszij komen, maar het gebrek aan nachtrust had zijn tol geëist en mensen lagen een spreekwoordelijk uiltje te knappen.
De schrijver van dit stuk dacht alles wel mee te hebben gemaakt, maar toen hij naast een van de eerstejaarsteams van onze opleiding voer zag hij tot zijn verbazing iemand zich om 9 uur ’s ochtends te goed doen aan een zak paprikachips terwijl hij dat weg zat te spoelen met het gerstenat uit een rood bierblik uit onze hoofdstad. Op de vraag of hij wist hoe laat het was zei hij ‘nee dat wist ik niet, maar dan is dit mijn ontbijt’.

Ondertussen werd in de voorhoede de strijd om de winst zichtbaar. Twee teams waren aan elkaar gewaagd en waren op weg naar de finish. In het laatste rechte stuk stond de wind zo dat de deelnemers op moesten blijven kruisen op het smalle kanaal. De spanning was om te snijden toen voor alle hulptroepen radiostilte werd gevraagd. De winnaars hadden letterlijk alle zeilen bijgezet en peddelden daarnaast alsof hun leven er van af hing. En heeft ze wat opgeleverd, de winst was voor team Thumbs up, waar iedereen ze mee feliciteerde. Het middaguur had net geslagen en het was wachten op het eerste studententeam dat binnen zou komen.

In de loop van de middag druppelden de andere teams binnen. Dat mensen een afgekorte tocht hadden gedaan bleek een goed besluit te zijn geweest want ruim voor het avondeten waren de valken weer ingeleverd. Na een warme douche in de Stay Okay konden ook de hulptroepen uit de kleine witte auto weer naar het eiland om zich te voeden met een andijviestamppot en een gehaktbal. De overwinning, het uitvaren en het succesvol begeleiden werd gevierd door deelnemers en hulptroepen en rond 10 uur werd het eindstation d’Ald wal opgezocht door de dorstige groep. De sterrenhemel glinsterde nog één keer voordat iedereen zijn of haar bed had opgezocht en na een lange twee dagen eindelijk horizontaal kon.

Bij het ontbijt werd er gelachen, gegeten en teruggekeken op een schitterende 29e editie van de Bikkeltocht. ‘Volgend jaar weer hè’ was de meest gehoorde zin en de deelnemers konden na een fijn ontbijt weer vertrekken richting het thuisfront en de hulptroepen vertrokken naar Rakkenpolle om alle spullen weer een plekje te geven in de busjes en in het opslaghok. Het was halverwege de middag dat de laatste hulptroep weg kon rijden uit Heegh. De drie mannen waren inmiddels vergezeld met een vierde en als sardientjes in een autoblik reden ze naar het warme zuiden.

Het was een onvergetelijke tocht voor deelnemer en hulptroep. Na een goede nacht slaap had men alweer zin in de volgende editie die nog specialer en nog mooier gaat zijn dan de vorige. Ik hoop jullie volgend jaar, in het derde weekend van oktober, weer te begroeten op de Rakkenpolle!